Inhoud sidebar:

Terug naar Index

Index DTB boeken voor 1811

Kwartierstaat Nienoord.

Namenlijst Nienoord-Aanverwanten.

Boerderij de Delthe.

Boerderijen Smeenheem en

Smeedingeheem

Het Rechthuis te Onderdendam

Akkemaheerd te Stitswerd.(Nieuw)

Azinga te Rasquert.

Boerderij Ewkema

Tettema

Molen Grote Geert

Verkoop Grote Geert 1821

Beschrijving Familiewapen

Beschrijving Familienaam

Frankemaheerd

Breedenborg

Fraamaheerd

Nienoord op pdf (198Kb)

Boekje Nienoord op pdf (4MB)

Liesting op pdf (4MB)

Het weer vandaag


 

Mail Duurt Nienoord

EVEN TEN NOORDEN VAN ONDERDENDAM EN TEN OOSTEN VAN DE WEG NAAR WARFFUM LIGT VERSCHOLEN ACHTER EEN BOERPERIJ EEN BEGRAAFPLAATS: HET VERSTILDE KERKHOF VAN MENKEWEER. DEZE PLAATS IS EEN HERINNERING AAN DE KERKELIJKE GEMEENTE VAN DEZELFDE NAAM, DIE EEN BETREKKELIJK KLEIN GEBIED OMVATTE MET HUIZEN EN BOERDERIJEN TEN NOORDEN VAN HET ZIJLDIEP OF WINSUMERDlEP, DAT HET HUIDIGE DORP ONDERDENDAM DOORSNIJDT.

Grafstenen op Menkeweer van Jan Siemons Nienoord Herbergier op het Rechthuis te Onderdendam en zijn echtgenote Coopke Duurts.

Onderdendam ligt als een spin in een web van waterwegen, die het water van achterliggende gebieden al eeuwenlang ontlasten in het Winsumerdiep, dat het water in westelijke richting afvoert naar de Winsumerzijl en de Schaphalsterzijl, later naar het punt, dat nu doorgaans Schaphalsterzijl wordt genoemd. Het water uit het westelijke deel van het kerspel Noorddijk, Zuidwolde, Noordwolde en Bedum bereikt Onderdendam door het Boterdiep; dat van het oostelijke deel van Noorddijk, Thesinge en Sint Annen loopt door het Kardingermaar en het Krommaar, dat samen met het Boterdiep in het zijldiep uitmondt. Hoofdafvoerwateren van het gebied ten oosten van Onderdendam zijn het Deelstermaar, de Westerwijtwerder- en Stedumermaren en het Huizingermaar, waardoor Lellens, Stedum, Huizinge en Westerwijtwerd worden ontlast. De dorpen Warffum, Usquert, Uithuizen, Uithuizermeeden, Zandeweer, Kantens, Middelstum en Stitswerd en omringend gebied water(d)en via de Delthe en het Warffumermaar op het zijldiep uit; na het doortrekken van het Boterdiep naar Uithuizen in de jaren zestig van de zeventiende eeuw heeft Middelstum met achterliggende dorpen een veel betere afvoermogelijkheid gekregen. Deze wateren fungeerden ook als aan- en afvoerkanalen van grondstoffen, producten, goederen en personen. Een stelsel met verharde wegen kende men in dit gebied tot omstreeks 1830 niet. Uit de resoluties van het Winsumer- en Schaphalsterzijlvest blijkt dat de wegen tussen 1 oktober en 1 december I617 onbegaanbaar en de wateren onbevaarbaar zijn geweest, zodat enige personen “vermits twybreck noch to schepe noch to wagen conden compareren”; om dezelfde redenen zijn de waardagen van 2 april I635, 24 maart 1640 en 16 maart I642 later gehouden dan de bedoeling was. De bode van het zijlvest kon, te voet, de woonplaatsen van de scheppers wel bereiken om te berichten dat de vergadering was uitgesteld. Het dorp Menkeweer is altijd heel klein geweest. Naast de bebouwing langs de wegen naar Winsum, Warffum en Middelstum is een groepje huizen samengeklonterd tussen het zijldiep, het Warffumermaar en de weg naar Winsum, terwijl in de bocht aan de overzijde van de weg achter de bestaande bebouwing het diaconiehuis aan het zicht was onttrokken. De grenzen van het kerspel Menkeweer zijn te vinden in de Historische Atlas; het hele grondgebied is kloostergoed geweest, namelijk van de kloosters van Essen en Thesinge.

Menkeweer is ook geen bloeiende kerkelijke gemeente geweest. In 1738 telde de gemeente 34. lidmaten, verspreid over twintig huizen. De inkomsten waren niet toereikend voor de benoeming van een predikant. Menkeweer is dan ook langdurig gecombineerd geweest met buurgemeenten: met Stitswerd van I594 tot 1651 en met Westerwijtwerd van 1692 tot 1828. Wat er in de laatste twee eeuwen van zijn bestaan aan het kerkje, naast het allernoodzakelijkste onderhoud, is ‘vertimmerd’, laat zich raden. De klokkestoel is in 1617 vernieuwd. In de Hunsingoër Keuren, die op het jaar 1252 worden gedateerd, wordt enige malen als plaatsaanduiding Uldernadomme of Onderdendam genoemd met betrekking tot het aanzweren van de rechters in de rechtstoelen van Hunsingo. Bij gebrek aan een gewijde plaats in deze buurschap worden de rechters aangezworen op een kerkhof, waarmee dat van Menkeweer bedoeld moet zijn. In de rechtsbedeling ten plattelande was Onderdendam in drieën gedeeld: ten zuiden van het zijldiep behoorde het onder de gerechten van Onderwierum en Bedum, en Menkeweer maakte deel uit van de rechtstoel van Menkeweer en Huizinge. De opheffing van het oude stelsel van plaatselijke gerechten of rechtstoelen in de provincie Groningen en de instelling van enige grote jurisdicties in 1803 was voordelig voor Onderdendam, dat als vestigingsplaats van de jurisdictie van het Hunsingo-quartier werd aangewezen. Aangezien er geen geschikt gebouw was voor de administratie en de rechtspraak is in 1804 ten noordwesten van de brug over het zijldiep een nieuw pand gebouwd, dat het Rechthuis werd genoemd. De komst van de jurisdictie en een kantoor voor de ontvanger van de beschreven middelen (1808), daarnaast de vorming van de gemeente Bedum en de instelling van het notariaat zorgden niet alleen voor veel vertier, maar betekenden ook dat Onderdendam een gewilde plek werd om te wonen. Langs de weg naar Middelstum zijn enige ruime huizen gebouwd.

De welstand en de voorspoed van Onderdendam zijn af te lezen uit het bezoek aan de jaarlijkse harddraverijen en andere vermakelijkheden, die in het midden van de negentiende eeuw honderden bezoekers trokken. Op 20 augustus I808 kwam bij de Landdrost een rekest van Jan Reinders c.s., commissarissen tot het werk der quotisatie voor de gemeenten Menkeweer en Onderwierum, ter tafel, waarin zij een combinatie van de karspelen met de nabuurschappen van Onderdendam verzochten. Samen met Bedum; Noord- en Zuidwolde is in 1808 wel de burgerlijke gemeente Bedum gevormd, maar tot een nieuwe kerkelijke indeling heeft dit verzoek niet geleid. Pas in 1828 is de hervormde gemeente Onderdendam gevormd en een nieuwe kerk is eerst in 1840 gebouwd. Tot zolang heeft de nieuwgevormde gemeente zich moeten behelpen met het kerkje van Onderwierum; dat van Menkeweer is afgebroken in 1820. Na 1828 zijn de begraafplaatsen van Onderwierum en Menkeweer in gebruik gebleven. Van beide is in het kerkelijk archief een primitief overzicht van de graven aanwezig, waarmee de eigendomssituatie enigszins is te reconstrueren. Beide stukken geven geen uitsluitsel over de personen, die er begraven zijn.

Ten zuiden van het dorp Onderdendam is in 1872 een nieuwe algemene begraafplaats aangelegd. De kleine begraafplaatsen, die niet aan de eisen van de Begrafeniswet voldeden, zijn na verloop van tijd gesloten. De toenmalige ontvanger van het waterschap Johannes Slijper is in 1903 als laatste te Menkeweer begraven. Hoe de plaatselijke kerkelijke gemeente de begraafplaats heeft onderhouden, onttrekt zich aan onze waarneming. Hoogstwaarschijnlijk heeft het bestuur van het waterschap Hunsingo zich 1959, toen tot uitbreiding en restauratie ; van het waterschapshuis was besloten, een bezoek aan de begraafplaats gebracht en bevonden dat de plaats er niet goed uitzag. In de vergadering van gecommitteerden uit het hoofdbestuur op 16 juni 1959 is besloten de begraafplaats aan te kopen. In de uitgaande brief nr.238 van I7 juni 1959 staat: ‘ Wij zien het als een morele verplichting onzerzijds’ dit graf- bedoeld is het graf van mr A.J. van Roijen - met entourage in een behoorlijke staat te houden.’ Bij notariële akte van juni 1960 heeft Hunsingo van de kerkvoogdij van de Hervormde gemeente te Onderdendam de eigendom van‘ het kerkhof Menkeweer’, kadastraal bekend gemeente Bedum sectie A nr. 141, groot 0.16.06 ha, voor een bedrag van één gulden aangekocht. De begraafplaats Menkeweer ligt ten zuidwesten van het ‘ voorhuis van de boerderij-menkeweer in het land. De afmetingen, ‘binnenwerks’ gemeten, zijn twintig bij ongeveer 38 meter. De toegang te voet is mogelijk over het erf van de boerderij. Voor onderhoud met groot materieel moet een weg door het weiland van de veehouder worden gevonden. ! Bij de afwerking van de ruilverkaveling Noordpolder is verzuimd een recht van overgang ten behoeve van de begraafplaats te vestigen. Het terrein, ‘waarin overblijfselen van een kapel, is bij brief van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk d.d. 21 april 1970 aangewezen als monument (monumentnr. 45098).
Over de schrijver:
Drs. A.L.Hempenius (Oosterend 10, 9781 NW Bedum) is historicus en archivaris van het waterschap Noorderzijlvest.